Balans en coördinatie

Balans is niet vallen. Coördinatie is een beweging precies kunnen sturen: de juiste spieren op het juiste moment, in de juiste volgorde. Samen zijn ze het onderdeel dat het meest wordt overgeslagen en het meest bepaalt of de andere vier veilig te trainen zijn.

Waarom het ertoe doet

Bij jonge mensen: blessures. Verzwikte enkels, knieën die naar binnen zakken, een rug die het begeeft bij het tillen van iets lichts. Bijna altijd is de oorzaak niet te weinig kracht maar te weinig controle. Bij ouderen: vallen. Vanaf een jaar of vijfenzestig is een val de belangrijkste reden dat mensen hun zelfstandigheid verliezen, en balanstraining is het enige dat daar direct tegen werkt.

Hoe het thuis wordt getraind

Op één been staan is het begin, en dan moeilijker maken: ogen dicht, op een kussen, terwijl je iets vangt. Daarna in beweging: uitvalspassen, opstappen, zijwaartse stappen met een elastiek om de knieën. En met gewicht: een kettlebell in één hand dragen terwijl je rechtop blijft, een gewicht boven het hoofd houden en lopen.

Iemand doet opdrukoefeningen tegen een picknickbank in het late zonlicht
Een schuine opdrukbeweging tegen een bank traint kracht en romp tegelijk. Wie de heupen laat zakken, verliest de coördinatie, niet de kracht.

Wat je meet

Seconden op één been, met open en dichte ogen. Onder de tien seconden met open ogen is een reden om hier te beginnen; boven de dertig is goed. De tweede maat is of je van de grond kunt opstaan zonder je handen te gebruiken. Een trainer test dat in de eerste training en daarna elke paar weken opnieuw.